Aanstaande zondag staat Astrid Nijgh in het Patronaat tijdens De Nacht van de Nederpop. De Amsterdamse zangeres en componiste, vooral bekend van haar hit Ik doe wat ik doe uit 1974, maakt deel uit van een avond waarop iconen van de Nederpop samenkomen in de Patronaat om hun grootste Nederlandstalige hits te laten horen.
Voor haar optreden kreeg Nijgh volledige vrijheid in haar repertoirekeuze. “Ik zing Tegen beter weten in, Malle Babbe en natuurlijk Ik doe wat ik doe.” Dat laatste nummer is voor veel bezoekers onlosmakelijk met haar verbonden. Zelf is ze het nummer nog lang niet zat: “Het verveelt me geen seconde. Ik zing het zelfs thuis soms nog voor me uit, ik vind het zo’n heerlijk lied.”
Hoewel Nijgh vaak wordt geassocieerd met de ‘gouden ouden’, luistert ze zeker niet alleen naar muziek uit haar eigen tijd. “Ik vind de nieuwe generatie fantastisch,” zegt ze enthousiast. “Vooral rappers, vanwege hun sterke teksten. Daar heb ik enorm veel waardering voor. En artiesten als S10, Froukje en Roxy Dekker vind ik ook leuk.”
Luister het interview met Astrid Nijgh hier terug. Tekst gaat verder onder audio.
Over de ontwikkeling van de Nederlandstalige muziek is ze positief. “Ik ben ongelofelijk trots op de nieuwe artiesten, de meezingers zijn geweldig. Ik luister natuurlijk nog steeds naar André Hazes. Hij blijft uniek, er zal nooit een tweede komen.” Dat ze als een van de oudere artiesten deel uitmaakt van De Nacht van de Nederpop, voelt voor haar bijzonder maar vooral plezierig. “Er zijn wel meer leeftijdsgenoten van me, ik geloof dat ik de oudste ben. Maar ik vind het heerlijk”, lacht ze.
Lennaert Nijgh
Veel van Nijghs bekendste werk schreef ze samen met haar eerste echtgenoot Lennaert Nijgh. Op de vraag welk nummer uit dat gezamenlijke oeuvre haar het meest dierbaar is, hoeft ze niet lang na te denken: “Tegen beter weten in staat echt bovenaan. Maar Meisje in Engeland vind ik ook heel fijn om te doen. We hebben zoveel moois gemaakt samen.” Sommige liedjes zijn zelfs gebaseerd op echte gebeurtenissen, zoals Ballade van ondankbaarheid, geïnspireerd op een ruzie van haar schoonmoeder met haar huishoudelijke hulp.
Terugkijkend op haar carrière blijft Nijgh verwonderd. “Ik ben soms nog verbaasd over hoe die liedjes ontstaan zijn. Het voelt elke keer weer als een klein wondertje.” En precies dat gevoel neemt ze zondag mee naar het Patronaat, waar generaties Nederpop-liefhebbers samenkomen. “Ik vind het prachtig hoe toen en nu in elkaar overvloeien.”
Heb je nieuws of een tip voor ons?
App de redactie van Haarlem105 via 0610510538.






















